Column; stikstofcrisis

Een jeugdvriend van mij zette op zijn Facebookpagina nog eens alle feiten op een rij over de stikstofcrisis. Wel zo handig als je een discussie wil voeren met een boer, een wegenbouwer, een aannemer of een gewone huisvrouw. Dacht ik optimistisch.

De reactie die je dan vaak krijgt getuigt echter van een ongelooflijk simplisme en eenvoud die past bij de struisvogel die zijn kop in het met PFAS vergiftigde zand steekt. “Dat geloof ik niet.” Daarmee wordt het debat een theologische kwestie en hebben we het niet meer over het scheiden van feiten en meningen, maar over geloven of niet geloven. Geloven we nog onze wetenschappers, bestuurders en journalisten of maken we dat zelf wel uit. Hoezo warmt de aarde op? Er is altijd wel ergens een plek op deze planeet te vinden waar het kouder is geworden in de afgelopen decennia. Nou dan! Niet toch? En de bomen groeien nog steeds bij ons en ze zijn groen, volgens een protesterende boer in het NOS-journaal. Dat is logica van de koude grond waar je niet tegen op kan. Ook als over pakweg dertig jaar het de palmbomen betreft die langs zijn boerenerf staan, dan klopt zijn redenering nog steeds.

Volgens onze provinciale voorvrouw Janet zijn keukentafelgesprekken met de boeren hét middel om de problematiek aan te pakken. Maar wat als dat ontaardt in een theologisch getint gesprek waarbij de eigen geloofsovertuiging heilig is en volledig ten dienste staat van het economisch gewin op de korte termijn? Ik benijd de ambtenaar niet die bij het eerste het beste gesprek eerst zijn geloofspapieren moet overleggen alvorens er verder gesproken kan worden. Welke geloofsbelijdenis hangt hij of zij aan en als die niet overeenstemt met de geloofsovertuiging van de boer, waar leidt dat gesprek dan naar toe? Geloofskwesties zijn altijd al een splijtzwam geweest in onze samenleving. Zie de grote verscheidenheid op het kerkelijk erf. Als ik dan toch een duit in het (collecte)zakje mag doen, dan zeg ik: niet aan beginnen. Het levert alleen maar frustraties op bij de boeren en de ambtenaren (of degenen die hiervoor ingehuurd worden) die deze gesprekken moeten voeren. Politici en bestuurders moeten pijnlijke keuzes maken en die uitleggen. En daar vervolgens voor staan en zich niet laten intimideren door boze mensen die menen hun wil aan anderen te moeten opleggen met behulp van ongeoorloofde middelen als geweld en intimidatie. Misschien moet ik maar eens keukentafelgesprekken gaan voeren met bange politici en slappe bestuurders.