In de Regionale Energiestrategie geven de betrokken gemeentes aan op welke manier zij duurzame energie op gaat wekken. Daarbij geven zij vooral de voorkeur voor zonne-energie boven windenergie. Dat gaat problemen geven voor de netbeheerders. Windenergie is namelijk veel stabieler dan zonne-energie: het waait bijna altijd; de zon is echter een minder stabiele factor: als de zon doorkomt is er opeens heel veel energie beschikbaar en die verdwijnt als de zon weer achter een wolk verdwijnt. Dit maakt dat je die hoge pieken moet opvangen met hele dikke elektriciteitskabels.

GroenLinks pleit daarom voor meer windenergie, maar gemeentes in de regio durven daar nog niet aan. Ook in Overbetuwe werd de discussie over meer windmolens gesmoord door de coalitie van CDA, VVD en GBO.

De projecten voor duurzame energie, die tot 2030 worden gerealiseerd, bevatten dus nog weinig windenergie. Tegelijkertijd gaat de discussie over verdere CO2-beparing ná 2030 binnenkort al wel van start. Dan komen meer windmolens toch in zicht, want willen we met elkaar de CO2-uitstoot tot bijna nul reduceren, dan ontkomen we niet aan windenergie op land.

Wel onderkennen alle partijen in de gemeenteraad in navolging van GroenLinks het belang van energiecoöperaties als vliegwiel voor de energietransitie en vinden zij dat de kosten voor de energietransitie eerlijk moeten worden verdeeld, waarbij het uitgangspunt is dat de woonlasten niet mogen stijgen. Tenslotte waren alle partijen kritisch over het gebruik van biomassa en willen zij dat er bij het plannen van projecten met name ook draagvlak wordt gezocht onder jongeren. Dit alles werd verwoord in wensen en bedenkingen die de voltallige gemeenteraad op 8 september 2020 heeft vastgesteld en met de andere gemeentes in de regio Arnhem-Nijmegen zal delen.